
Maar er was een nieuwe wind gaan waaien
in de psychiatrie, die ook Hoog Hullen bereikte. De directeur stond
toe dat er meer democratie kwam op Hoog Hullen. Het werd een
democratische therapeutische gemeenschap (TG), naar Amerikaans
voorbeeld. Elke dag begon met een algemene vergadering met bewoners
en stafleden. Omdat democratie ook eigen verantwoordelijkheid
impliceert, werd de privacy van de bewoners voortaan gerespecteerd en
mochten de stafleden niet meer zomaar de kamers van bewoners
betreden. De bewoners wezen uit hun midden een leider aan en als zij
onderling besloten dat bewoners een televisie op de kamer mochten
hebben, dan gebeurde dat. De tuinman die voorheen de bewoners
begeleidde bij het werken in de tuin, zwoegde nu in zijn eentje,
terwijl de bewoners op het terras zaten toe te kijken en nadachten
over hun therapie.
“Therapie was heilig, maar al het
andere was bespreekbaar”, vat Peter de mentaliteit van destijds
samen.
Dit nieuwe model had zo zijn gevolgen.
De rol van de stafleden veranderde. Verpleegkundigen hadden niet meer
de leiding, maar waren verworden tot een soort bewakers van de mazen
in de democratie. Peter zag dat sommige personeelsleden werden
geïntimideerd door bewoners. Ook niet alle bewoners hadden baat
bij het democratische model van de TG: vaak werd de meest
manipuleerbare bewoner als leider gekozen. “Je moet niet
onderschatten hoe psychopatisch het gedrag van verslaafde mensen kan
zijn”.
Twee ontwikkelingen kwamen samen. Begin
jaren '70 raakten veel jongeren verslaafd aan heroïne en speed.
Het JAC (Jongeren Advies Centrum) wilde een afkickboerderij beginnen
voor verslaafde jongeren. Op Driehaas tekende zich ondertussen een
steeds scherper contrast af tussen de (oudere) alcoholverslaafden en
de (jongere) drugsverslaafden. Na een zoveelste conflict waren de
'junkies' het zat en namen hun intrek in een leegstaande boerderij
naast de Driehaas. Zij wilden voortaan vanuit daar het therapeutische
programma gaan volgen.
De staf en directie van Hoog Hullen
durfden het experiment aan. Afgesproken werd dat de nieuwe bewoners
de boerderij zelf zouden verbouwen tot een leefbaar pand. Maar de
bewoners hadden geen zin en de klusjesman, de tuinman en de schilder
die ze zouden helpen, klaarden het karwei met z'n drieën. De
bewoners hadden intussen besloten dat huisdieren waren toegestaan en
zo kwam het dat de boerderij behalve door de acht verslaafden, werd
bewoond door zeven honden en een leguaan.
De bewoners gingen onderling relaties
aan en het taboe op drugs werd ook niet meer zo streng gehanteerd.
“Therapie was nog steeds heilig, maar sommige bewoners moesten
eerst iets gebruiken om de therapie aan te kunnen”, zegt Peter.
“Er was geen structuur. Op zeker
moment zagen stafleden én bewoners in dat er iets moest
veranderen”.
Men keek met een schuin oog naar Den
Haag, waar kort tevoren de Emiliehoeve opgericht. Dit was een
therapeutische gemeenschap, maar zonder drugs en mét (meer)
structuur. Aan bewoners werden meer eisen gesteld en ze werden door
de staf aan hun afspraken gehouden. Dat wilden ze in Eelde ook wel
proberen.
In 1974 startte de eerste
'marathongroep'.
Het was een zwaar programma, vol met confrontaties ('encounters') en
(fysieke) beproevingen. Het werd uiteindelijk maar door enkele
bewoners afgemaakt. Toch was men het er na afloop over eens dat dit
de toekomst van de TG was. Door bewoners en staf werd de naam
Breegweestee gekozen, naar een herberg uit Tolkiens In de ban van de
ring. Een bewoner ontwierp het logo: een boom, aan de ene kant
bladerloos en aan de andere kant vol in blad.
In 1975 mochten Peter en een collega
naar een internationale 'proef-TG' in Beieren. Onder leiding van de
Britse en Amerikaanse grondleggers van de drugsvrije TG werden
hulpverleners uit de hele wereld geschoold in de methodiek door een
maand lang te verblijven in een tijdelijke, speciaal voor dat
doeleinde opgerichte TG. De ervaringen die ze daar opdeden, namen ze
mee terug naar Eelde.
“Door de structuur en de rust die het
nieuwe programma bood, kregen de bewoners weer meer behoefte aan
diepgaande gesprekken en therapie”, zegt Peter. De boerderij werd
verder verbouwd. “Er was in het kader van de therapie van alles te
doen in de Breegweestee: schilder- en poëziecursussen, weven,
muziek maken... en het mooie was: als de bewoners bezig waren, kon ik
zelf even naar huis.” Het intensieve werken op de Breegweestee was
hem gaan opbreken. Hij had een jong gezin en kwam veel te weinig
thuis. De afgebakende werktijden waren dan ook één van
de redenen dat Peter in 1976 op Hoog Hullen ging werken. Daar konden
ze zijn ervaringen met de drugsvrije TG gebruiken om een
vergelijkbaar model op te zetten. Maar uiteindelijk voelde hij zich
niet thuis bij de manier waarop de beginselen van de TG op Hoog
Hullen werden toegepast en ging in 1981 weer terug naar de
Breegweestee.
In datzelfde jaar verhuisde Peter met
zijn gezin naar een leegstaand huisje op het terrein op de
Oosterbroek. Zo was praktisch geregeld dat Peter dichter bij vrouw en
kinderen was en er 's nachts altijd een staflid in de buurt was.
Peter beschouwt de jaren 1982 tot 1984
als de hoogtijdagen van de Breegweestee; toen maakte zo'n 60% van de
bewoners het programma af. De samenwerking met de andere TG's in het
land was een constante factor: er waren gezamenlijke sportdagen en
themaweekenden, altijd met een therapeutische opzet.
In de jaren die volgden gingen de
ontwikkelingen verder. Soms bleken die verbeteringen, soms ook niet.
De therapieën werden verder geprofessionaliseerd en de staf ook.
Rode draad was dat er steeds ruimte bleef voor experimenten, nieuwe
behandelvormen en therapieën. “Achteraf zou ik sommige dingen
anders hebben gedaan”, zegt Peter. “Aanvankelijk ontdekten we
door schade en schande dat behandelingen die in de reguliere
psychiatrie zinvol waren, niet werkten in de verslavingszorg. Wat
voor de één bovendien een goede behandeling is, werkt
voor de ander helemaal niet.” Ook ziet hij daarin achteraf
duidelijk de rol van de hulpverleners: “Terugval hoort bij
verslaving. De machteloosheid die dat oproept bij hulpverleners
maakt dat zij de neiging hebben een methodiek die ooit voor iemand
heeft gewerkt, ook op alle anderen te willen toepassen. Of om
cliënten in hokjes te willen plaatsen. Sinds de jaren '80 is
steeds meer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar verslaving en zo
is ook steeds meer duidelijk geworden over de behandelmethoden die
wel en niet werken”.
Vanaf 1987 werkte Peter op
verschillende plekken in de organisatie. Hij is tot zijn pensionering
in 2007 op de Oosterbroek blijven wonen. Nu geniet hij in een
Groningse woonwijk van zijn pensioen. “In mijn laatste jaren in de
verslavingszorg zag ik de zakelijkheid terugkomen die we in de jaren
'70 probeerden te doorbreken. Vroeger was hulpverlenen een
totaalpakket waarin je alles deed wat er voor een cliënt moest
gebeuren. Nu moet je ieder extra telefoontje dat je pleegt,
verantwoorden”. Peter heeft zijn eigen visie op verslavingszorg:
“Clean worden kan in 4 weken. Maar de begeleiding achteraf moet
intensief en langdurig zijn. En terugval: dat hoort er meestal bij.
Daar moet je van tevoren al afspraken over maken.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten