Posts tonen met het label auteur: Jos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label auteur: Jos. Alle posts tonen

zondag 27 juli 2014

De macht in de zorg

Eind vorig jaar gaf minister Schippers van VWS opdracht aan het Zorg Instituut Nederland(ZIN), om de kosteneffectiviteit en doelmatigheid in de verslavingszorg te onderzoeken. De zorgkosten voor mensen met verslavingsproblemen waren de laatste jaren zorgwekkend omhoog gegaan. Eerst was het onderzoek gericht op de buitenlandse klinieken, moesten die er wel zo nodig zijn of komen en was hun zorg nu zoveel beter dan die van de reguliere zorginstellingen.
De bezuinigingen dwongen de minister min of meer de gehele GGZ sector en andere verslavingszorg en GGZ zorgaanbieders te betrekken. ZIN sprak niet alleen veel cliënt- belangenbehartigers en vertegenwoordigers, zoals het Landelijk Platvorm GGZ,(LPGGZ) en leden van Kennisnetwerk het Zwarte Gat. Ze organiseerden ook in maart dit jaar twee dagen, waarbij op de eerste dag de gecontracteerde aanbieders van de verslavingszorg werden uitgenodigd (deze zijn aangesloten bij GGZ Nederland) en op de tweede dag de niet gecontracteerde aanbieders. Voordat de twee dagen in maart dit jaar begonnen, werden alle partijen incl. de cliëntorganisaties gevraagd, hun visie over de huidige verleende zorg digitaal aan te leveren. Er werden schriftelijke vragen gesteld door ZIN m.b.t. behandelingen, begeleiding en methodische aanpak.
Doel van deze inventarisatie was/is, om te kijken of het m.b.t. de kosten ook efficiënter en daarmee goedkoper kan.

De verslavingszorgaanbieders, die verenigd zijn in de koepel van GGZ Nederland, hadden iemand van het Trimbos instituut ingehuurd. Deze dame was dermate slecht voorbereid, dat ze met haar cijfermatige presentatie over de sector, compleet en feitelijk de plank missloeg. De sector probeerde haar veren weer op te poetsen, door in haar visie, de prestaties van stichting Resultaten Scoren(RS) te benoemen. RS, is het wetenschappelijke bolwerkje van de sector verslavingszorg. Hier wordt zeg maar, alles wat er in de verslavingszorg aan behandeling en begeleiding wordt aangeboden op schrift gesteld. Maar ook veel zaken, die protocollen genoemd worden. Die gaan over regeltjes en hoe daar mee om te gaan. Ze konden echter niet duidelijk maken, wat het effect of het daadwerkelijke resultaat van al hun praktijken oplevert. M.a.w. hoeveel cliënten hebben er nu echt baat bij de door u geleverde zorg.

Ook stichting het Zwarte Gat (ZG) was vertegenwoordigd. In haar antwoord op de vragen van het ZIN had het ZG een hele andere opvatting dan de aanbieders. De zorg is volgens het ZG helemaal niet zo effectief en doelmatig. Het voldoet bij lange na niet aan de huidige maatstaven. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning(WMO), bijkomende transities, de Participatie Wet en overeenkomsten, die zijn afgesproken in het zorgakkoord, zijn in de GGZ sector nog niet binnen gekomen. Men is er doof en blind voor. Termen als eigen kracht, omgevingskrachtbronnen samenredzaamheid, empowerment, eigen regie, zelfmanagement, ervaringskennis/ deskundigheid en ga zo maar door, zijn naaldenprikken in hun medisch ingericht model.

Martinus heeft voor jullie uiteen gezet, waar het volgens het ZG wel om draait. Het ZG heeft dit ook vertaald in de vragen van het ZIN en gepleit voor een zorgstandaard. Een zorgstandaard is een kwaliteitsnorm waar goede zorg aan moet voldoen. Volgens het ZG, moet herstel leidend zijn in de zorg aan mensen met verslavings- en psychische verschijnselen/ problemen.
Het ZIN was het eens met de conclusies van het ZG en deze zijn ook onderschreven door het LPGGZ.
ZIN, verwoordde dit in haar aanbevelingen aan de minister. Ze gaf aan dat de input die was geleverd vanuit de cliëntenbeweging, aanleiding zijn voor een zorgstandaard herstel. Het cliëntperspectief moet leidend zijn in de ontwikkeling van de standaard/richtlijn(en).

Je zou denken, nou dat gaat er eindelijk op lijken. Het cliëntperspectief, de ervaringskennis/ deskundigheid is leidend in het proces. Samen met professionals en wetenschappers, vernieuwende herstel georiënteerde producten ontwerpen.

Om een standaard te realiseren, moeten er calls worden ingediend.(Een call is een aanvraag om een module/richtlijn te mogen/ kunnen ontwikkelen) Iedereen wil dit ineens heel nodig gaan doen, maar het cliëntperspectief is wel leidend. We tasten de boel maar eens af. Hoeveel moeten we toegeven aan elkaar. Wie is de slimste en heeft de sterkste argumenten om daadwerkelijk de leiding te nemen in het proces. En dit gaat nog maar over de aanvraag, het indienen van de call. Het strategische proces om de macht in de zorg is begonnen, de piketpaaltjes worden geslagen.

De voorzitter van het netwerk directeuren in de verslavingszorg en de voorzitter van RS uit dezelfde sector, zijn door de wol geverfd en stropen de mouwen op, om hun zogenaamde wetenschappelijk onderbouwde theorieën over verslaving op het ZG los te laten. Jullie zijn maar cliënten en we doen wel net of we jullie tolereren, maar als je maar niet denkt dat die onzin van jullie enige kans van slagen heeft. Letterlijk werd er gezegd; ‘daarom verdienen wij ook zo veel.’
Dit zijn de verhoudingen in de zorgsector. Hetzelfde geldt voor het Trimbos, ook een machtsbolwerk, dat zogenaamd voor wetenschappelijk verantwoorde cliëntgerichte zorg moet zorgen, maar cliënten moeten zich er zo min mogelijk mee bemoeien.

Op dit moment onderhandeld het ZG met RS, het Trimbos en een zorgpartij uit Zuid- Holland over het indienen van een viertal calls. Het ZG heeft zijn eisen om deel te nemen aan het indienen van de calls aan de andere partijen kenbaar gemaakt. Worden deze niet gehonoreerd dan overweegt het ZG zich als partij terug te trekken.
We hopen op een constructieve evenwaardige samenwerking, maar de strijd over de macht in de zorg is al begonnen voor het fluitsignaal geklonken heeft.

donderdag 7 november 2013

De BreegWeestee (3)

De BWS ging me steeds meer tegen staan. Ik was er ongeveer zes maanden en had het wel gezien. Ik stond regelmatig op het punt om weg te gaan, maar liet me ompraten om toch te blijven. Ik wilde dat bord niet dragen en daar bleef ik bij. Geen schijn van kans zei ik, dat ik dat ding om mijn nek doe.
Ik maakte er de kerst en het nieuwe jaar mee. En in februari vierde ik mijn achttiende verjaardag. Toen zat ik er acht maanden. De laatste maanden waren me zwaar gevallen. Niet vanwege het programma, want dat kende ik wel en ik was er aan gewend geraakt. Ik werd onrustig, ik had het gevoel niets meer te kunnen halen. Nu ben ik niet van alleen halen, ik geef ook veel, maar ik wou niet meer, ik was er klaar mee.
Ik was bevriend geraakt met een Molukse jongen die er ook zat. Ook hij zag het niet meer zitten. Dan weet je wel hoe dat dan gaat, je brengt elkaar het hoofd op hol.

Een paar maanden eerder was de gangmaker van toen er met de kluis met achtduizend gulden vandoor gegaan. Hij was verantwoordelijk voor de boodschappen en had de sleutel van de kluis. Daar werden onze paspoorten en persoonlijke spullen ook in bewaard. Alles had hij meegenomen. Een paar weken later was hij terug. Hij kreeg een lange werkstraf met een leerervaring, die bestond uit een geld ketting van papier.
Waarom vertel ik dit? Het stoorde me. Je hebt een verantwoordelijke job en je gaat er vandoor met de kluis waarvan de commune afhankelijk is. Het waren ook mijn spullen, mijn paspoort, dus dat maakte het persoonlijk.

Op een morgen ergens eind februari zei ik, ik ga weg. Ik wil mijn spullen en ik ga weg. Die spullen werden dus een probleem, want die konden ze mij niet geven, die waren immers gestolen en ze hadden nog niet geregeld dat er een nieuw paspoort was. Dat was balen. Ook de Molukse jongen liep die ochtend weg en ik dacht nu ga ik ook.
 
Ik zocht een aanleiding en hij gaf me die. Dat was niet eerlijk natuurlijk, maar op dat moment maakte het mij niet uit dat ik hem als excuus opvoerde. Mijn besluit stond vast. Ik ging en liep vervolgens naar Groningen met de spullen die ik wel had. In Groningen aangekomen dacht ik voorlopig gewoon naar mijn moeder te kunnen. Die gaf niet thuis, je zoekt het zelf maar uit. Een aantal van mijn vrienden zaten in een kraakpand in de Boteringestraat de bank genaamd. Daar kon ik terecht.

Maar ik had natuurlijk ook nog te maken met de officier van justitie die mij min of meer, in mijn toenmalige ogen, gedwongen had naar de BWS te gaan. Uiteindelijk moest ik bij hem op het matje komen. Hij was uiterst tevreden met mijn verblijf in de BWS geweest. Acht maanden had ik het er volgehouden, dat had hij niet verwacht, zei hij.  Ik kreeg nog een jaar voorwaardelijk opgelegd en ik kon gaan.

Hij kon niet weten dat het mij destijds niet had geholpen. Ik wist nog niet te rijmen wat ik er nu daadwerkelijk van opgestoken had. Ik was nog geen twee dagen in Groningen en trok al weer op met mijn makers en zat alweer in het gebruik. Ik zat vol met weerstanden die ik er tijdens mijn verblijf in de BWS niet uit kon krijgen, en dan heeft een behandeling geen zin.


woensdag 23 oktober 2013

De BreegWeeStee (2)

De commune wordt, nog steeds, gevormd door de bewoners. Als er een nieuwe bewoner bijkomt wordt de gehele commune bijeen geroepen. Je wordt dan voorgesteld door je oudere broer of zus en andersom begroet de commune jou en verwelkomt je in hun midden. De woonkamer is de centrale ruimte waar iedereen bijeen komt als er een nieuweling komt of als er andere belangrijke zaken te bespreken zijn. Calamiteiten bijvoorbeeld. Het komt geregeld voor dat iemand weg wil. Hij of zij trekt het niet meer. Of als er iets anders aan de hand is, dat niet zomaar buiten de commune om kan worden opgelost.

Terwijl ik werd voorgesteld en begroet keek ik eens om me heen. Ik zag mensen in overall zitten en ik zag mensen in hun eigen kleding. Ook zag ik mensen met rare dingen of borden om hun nek en aan hun kleding hangen.
Dat waren leerervaringen pikte ik op. Met een leerervaring werd iemand dagelijks geconfronteerd met zijn/haar eigen gedrag of houding. De borden waren soms erg groot en hingen als een juk om je nek zo zwaar. Hoe groter de leerervaring des te hardnekkiger het gedrag of houding was van de persoon die de leerervaring droeg. Op het bord stond dan een tekst geschreven of een creatieve uiting voor de persoon die het droeg. Hij of zij moest aan de hand van zijn leerervaring iets gaan doen met de aanwijzing. Hij/zij kan hierop voortdurend worden aangesproken door de andere bewoners.

Buiten dat ik een oudere broer had gekregen, Nico, een aardige vent trouwens, werd ik ingedeeld in één van de projecten. Het huishoudproject. Er waren verschillende projecten waarin je terecht kon komen. De administratie, een tuinproject, het houtbewerkingsproject, het keukenproject en het huishoudproject. De hiërarchie zat hem in de functies die mensen bekleedden. Zo was en is er nog steeds de gangmaker. Deze stuurt iedereen aan. Dan heb je de projectleiders en de assistent projectleiders en als laatste de werkers. De staf hield zich zoveel mogelijk afzijdig, zodat de commune werd gerund door de bewoners zelf. Alles werd zoveel mogelijk afgestemd op het leven buiten, waar je ook te maken hebt met een baas en projectleiders en alles wat daaraan verbonden is. Op die manier leerde je omgaan met het krijgen van een opdracht of als je moest leren opdrachten te geven, het geven daarvan.

Het leven in een commune leverde irritaties op, je kunt het ten slotte niet met iedereen vinden. Maar je kon mensen aanspreken op hun gedrag, dit deed je niet zomaar, dat deed je in een encounter. Daarvoor moest je briefjes in de box doen en drie keer in de week kreeg je de mogelijkheid die persoon te confronteren in een encounter. Dat vergde geduld en beheersing. Buiten ben je gewend dat je onmiddellijk reageert, verbaal of zelfs fysiek.  Maar hier moest je leren je frustratie ten opzichte van de ander in bedwang te houden en weer op te roepen tijdens de encounter. Dat leverde mooie momenten op. Je ging flink tegen elkaar tekeer en uiteindelijk moet je er met elkaar uitkomen.

Daarbij was de BWS een therapeutische kliniek in die jaren. Mensen die verslaafd zijn zitten vast in hun eigen patronen. Om die te doorbreken werden er therapieën ingezet. Dat waren in die tijd meditaties die door Bhagwan Sri Rjaneesh waren bedacht. Hij was de toenmalige goeroe van de Bhagwan beweging in India die rondliepen in oranje kledij. Die meditaties verschilden van bijvoorbeeld een Zen meditatie tot een Who meditatie, waarin je lichamelijk afgemat werd. Hiermee probeerden ze de gevoelens die je normaal niet kon uiten toch naar boven te krijgen. De meditatie verschilde in de duur ervan. Sommige meditaties duurden een paar uur, maar ze konden ook zo maar drie dagen achtereen plaatsvinden.

De eerste paar weken van mijn verblijf op de BWS verliepen redelijk. Ik raakte gewend aan al die voor mij rare dingen. Ondanks mijn 17 jaar, vertoonde ik volwassen gedrag. Daarnaast had ik een negatief zelfbeeld ontwikkeld. Daar moest dus iets aan veranderd worden. Naar vier of vijf weken kreeg ik ook mijn eerste leerervaring.
Om mijn negatief zelfbeeld te veranderen kreeg ik de leerervaring ik ben Jos en ik ben oké’. Over elke drempel dat ik kwam moest ik roepen ik ben Jos en ik ben oké’. In het begin vond ik het natuurlijk maar niets, maar ik wende ook hieraan en maakte er een spelletje van, door dit zo hard mogelijk te schreeuwen.

Na twee maanden kreeg ik mijn kleren terug. Ik was blij, want ik was geen groentje meer, al was ik er nog lang niet. Ook kreeg ik een nieuwe functie op de administratie, iets wat ik geweldig vond. Ik leerde typen en verslagen maken. Ik vond dat werk zo leuk dat ik tot midden in de nacht nog aan het typen was.

Maar de dag was ook gekomen dat ik me moest gedragen als een adolescent. Ik was nog niet volwassen en had natuurlijk mijn pubertijd niet optimaal doorleefd. Daar moest wat aan gebeuren. Ik moest me ernaar gaan gedragen. Dat was niet tegen dovemans oren gezegd. Ik zette vanaf dat moment de boel op zijn kop. Maar natuurlijk op een foute manier. Ik was grenzeloos en de grappen en grollen waren niet altijd even leuk. Dus de boodschap kwam niet over.
Ik kwam door mijn acties in de wasteil terecht. Een strafmaatregel. Die je kwam te staan op, als eerste op moeten staan, de tafels dekken en afruimen. Afwassen en wcs schoonmaken. Dat lijkt niet veel voor te stellen, maar als je om zes uur uit je bed moet en er pas laat weer in komt valt dat tegen, daarbij moeten al die huishoudelijke klusjes op tijd afgeleverd worden. En daar bedoel ik mee dat je slechts een aantal minuten krijgt om een afwas van dertig personen klaar te hebben. Het is dus een beetje beulen. Nu kan je daar mee spelen, maar toch. Dat vroege opstaan was het probleem ook niet, want dat deed je toch al om half zeven. Om kwart voor zeven stond je een kwartier achter het huis te springen als ochtend gymnastiek. Daarna ging je snel douchen en dan ontbijten. Je bed moest wel goed opgemaakt zijn, glad gestreken lakens en dekens. Net als in militaire dienst zal ik maar zeggen, hoewel ik daar niet heb ingezeten. Daarna volgde de arbeid.

Na een maand of vier toen ik mijn privileges had ontvangen had ik nog steeds niet geleerd om me als een puber te gedragen. Ik vond het ook niet nodig, ik ben wie ik ben, zei ik. Ik was nu eenmaal vroeg volwassen door het leven wat ik van huis al had gehad. Daar werd geen genoegen mee genomen. Ik moest ook maar een bord om mijn nek. Eén van een meter bij een meter. Met de tekst puber en wat dan nog.

Ik weigerde om het bord te dragen. Ik voelde mij niet aangesproken en had geen zin om met een dergelijk ding om mijn nek te lopen. Ik kon er niet onderuit zeiden ze. Ja, dan zit er niets anders op dan……afscheid van elkaar te nemen, zei ik. Dan ga ik weg. Maar dat werd ook niet geaccepteerd. Het werd wederom de wasteil waar ik in terecht kwam, wegens het weigeren van een opdracht zal ik maar zeggen.

(wordt vervolgd)

dinsdag 8 oktober 2013

De BreegWeeStee (1)

Puber en wat dan nog?
BreegWeeStee o BreegWeeStee
Wat had ik er toch een moeite mee
Hiërarchie, structuur en de wasteil voor straf
Leerervaringen en encounters, ik stond paf


Het was juni/ juli 1980 toen ik uiteindelijk naar de BreegWeeStee ging. Ik zag er vreselijk tegen op. Met een busje vanuit de Beukema naar Eelde gebracht. Daar kwam ik aan op een boerderij gelijkende bestemming. Ik zag nog net geen koeien lopen in de omliggende weides, maar wel een grote hond. Cora heette ze, een prachtige zwarte New Foundlander.

Eenmaal binnen moest ik op een bankje plaatsnemen dat midden in een gangpad stond en waar je zicht had op de eetkamer. Even later werd ik opgehaald, of ik me even wilde douchen. Toen ik me gedoucht had kreeg ik een overall aangereikt om aan te trekken. Mijn kleren mocht ik afgeven want, die had ik voorlopig niet nodig werd er gezegd. Ik had wat mensen zien lopen in een overall, waarvan ik toen dacht, die zullen wel op de boerderij aan het werk zijn.

Ik was beland in de toen nog hiërarchisch therapeutische gemeenschap voor jongeren tot 24 jaar. Ik was toen 17 en een paar maanden jong. Op het moment van binnenkomst de jongste bewoner.

Nadat ik de overall had aangedaan werd ik terug gebracht naar het bankje. Daar moest ik nog een uurtje zitten. Toen werd ik wederom opgehaald en werd ik naar een ruimte gebracht waar vier mensen op een rij op kussens zaten. Tegenover hen lag een kussen waarop ik plaats mocht nemen. Ze stelden zich aan mij voor, het waren drie bewoners en een staflid.

Wat ik kwam doen, was de eerste vraag. Ik zou het niet weten, zei ik.
Wil je geen hulp? Nee, niet echt antwoordde ik.
Maar wat doe je hier dan? Ik ben hier omdat ik dat moet, zei ik.
Van wie dan, werd er gevraagd? Van de officier van justitie antwoordde ik. Ik kon kiezen, of hier naar toe of anderhalf jaar naar een jeugdgevangenis.
Waarom koos je er voor om hier te komen?  Omdat ik hier makkelijker kan weglopen, zei ik stoer.
En wat schiet je daarmee op, kreeg ik terug. Ja, feitelijk niets bedacht ik me, ik moet hier wel een poosje blijven natuurlijk.

Dus je hebt ons nodig, nou maak dat maar eens aan ons duidelijk. Je kunt beginnen door dit ook daadwerkelijk aan ons kenbaar te maken. Laat maar weten dat je onze hulp nodig bent. Overtuig ons maar.
Ik werd helemaal gek van die mensen, wat wilden ze nou met hun ‘maak het ons maar duidelijk’.

Het was de bedoeling dat ik daadwerkelijk om hulp ging schreeuwen. Schreeuw het er maar uit werd er gezegd. Maar dat had op mij geen effect.
Ik ben niet iemand die om hulp vraagt, laat staan schreeuwt. Na nog een paar keer aandringen van hun kant, zei ik, breng mij maar weer terug naar Groningen, ik kan dit niet. Toen werd er overlegd. Even later kwamen de vier terug en zeiden, we begrijpen dat dit moeilijk voor je is en hebben daarom besloten... dat je toch mag blijven. Eén van de vier mensen was Nico, hij zou mijn oudere broer worden. Een oudere broer maakt je wegwijs binnen de commune en is er voor je als je het even niet meer ziet zitten.

Als je zo binnenkomt dan denk je, waar ben ik in beland. Ondanks dat de sfeer gemoedelijk was, voelde ik me lang niet op mijn gemak met mijn boerenoverall aan. Ik had natuurlijk wel wat gehoord tijdens de introductie die je moet lopen voor je hier naar toe kwam, maar om het zo mee te maken is toch iets anders. De eerste twee maanden van je verblijf op de BWS liep je in een overall. Als je het goed had gedaan kreeg je na twee maanden je eigen kleren terug. Na vier maanden kreeg je de rest van je spullen terug, zoals je sieraden als je die al had, maar het idee dat je een stukje meer vrijheid kreeg was voldoende. Je had iets om naar toe te werken zeg maar.

(wordt vervolgd)

maandag 19 augustus 2013

De Beukemakliniek

Ja, Jos moet naar de Beukema
Ik wilde niet maar het moest ja
De justitie kreeg me in haar greep
Trok me met dwang over de streep
Ze wilde me graag van de straat
Want ik zat natuurlijk vol kattenkwaad

Mijn moeder was er door mijn overdosis achter gekomen dat haar zoon aan de harddrugs zat. Doordat ik nog minderjarig was, was de politie verplicht haar in te lichten dat ik naar het ziekenhuis was gebracht. (Mijn moeder had het ook al op de scanner gehoord) Ze konden er gelijk bij vertellen dat ik ook weer was gevlogen.

Zodra ik merkte dat mijn o.d. wel meeviel trok ik alle draden van mijn lichaam en ging er vandoor. Ik kan me nog herinneren dat ik een vreselijke koppijn had overgehouden aan dat avontuur.
Maar na ruim drie jaar zondig gebruik was ik dus terecht gekomen in het web. Het web van justitie en daar kwam nu de hulpverlening bij.

In eerste instantie wat afspraken bij het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD), samen met mijn moeder, want die wilde overal bij zijn. Ik speelde het spelletje maar braaf mee terwijl ik in mijn achterhoofd al lang dacht, dit wordt hem niet voor mij. Het enige wat ik van ze wilde was methadon. Daar werd erg moeilijk over gedaan. Ze waren destijds nog wat angstig om jonge jongens als ik al methadon te geven. Uiteindelijk kreeg ik 25 milligram. Een hoeveelheid waar ik niets mee kon. Ik bleef natuurlijk gewoon doorgebruiken.

Helaas werd ik opgepakt voor een serie inbraken en zou hiervoor een jeugddetentie tegemoet kunnen zien. Anderhalf jaar had de officier van justitie voor ogen. Tenzij ik er voor zou kiezen te stoppen met mijn gebruik en me daarvoor op zou laten nemen. Dat opnemen moest dan gebeuren op de BreegWeeStee (BWS) in Eelde.
Ja, dat moest dan maar. Ik zag een jeugddetentie in die tijd niet zo zitten. Op de BWS hadden al enkele jongens gezeten. Ik wist dus hoe het er aan toe ging. Het belangrijkste wat ik wilde weten was hoe ik er weg kon komen.

Eerst moest ik er nog zien te komen. Dat ging via de Beukema kliniek. Vreselijk vond ik het om daarheen te moeten, maar ja, ik had weinig keus. Vandaar uit moest ik introductie gaan lopen om mij voor te bereiden op de BWS. Ondanks dat ik een stok achter de deur had van de justitie ging ik er af en toe vandoor. De drang naar de dope en de vrijheid was groter dan mijn gedachte aan de jeugddetentie. Toch werd ik bij terugkomst telkens weer toegelaten op de Beukema.

Ik wil hiermee ook gelijk een toen nog jonge vrouw uit Deventer herdenken (haar naam ben ik helaas vergeten) die ook op de Beukema zat. Kort geleden hoorde ik dat ze is overleden. Zij was toen 23 en ik was 17 jaar. Het was haar gelukt om methadon naar binnen te smokkelen en daar snoepten we samen van. 's Avonds stonden we samen onder de douche. Het waren voor die tijd even de mooie momenten op de Beukema.
Ik heb er uiteindelijk zes weken over gedaan om van de Beukema naar de BWS te komen, alwaar een nieuw avontuur zou beginnen.


Jos Oude Bos







vrijdag 9 augustus 2013

Lekkere bruin




Lekkere bruin
Ik leerde je kennen, ik was nog maar klein
we speelden vaak samen het leven was fijn
Nog zonder problemen groeiden we toen
ik wist nog van niets ik was nog te groen
De wereld was mooi en niets kon stuk
ik had toen nooit pech maar vaker geluk
We deelden ervaringen die weinigen kenden
het waren de tijden dat je mij nog verwende
Toen kwam de dag dat je mij liet weten
dat ik het zonder jou wel kon vergeten
Al die tijd had ik mezelf bedrogen
en nu stond ik daar met betraande ogen
Dom was het geweest om aan jou te beginnen
terwijl ik wist dat jij het toch zou kunnen winnen
Maar ik was eigenwijs moest je zonodig proberen
toen begon je mijn lichaam en geest af te teren
Vol van genot was je eens in mij gekropen
om mij binnen een paar jaar helemaal te slopen
Al snel was mijn leven zonder muziek
en werd ik steeds vaker dagelijks ziek
Ik leerde je kennen als lekkere bruin
maar door jou lag mijn leven al gauw in puin

Spelenderwijs was mijn leven aan de heroïne begonnen. Het was voor mij een logisch vervolg op mijn softdrugs gebruik. Ik zag geen gevaren en wilde niet aanvaarden dat ik er verslaafd aan kon raken. De eerste jaren gingen me ook voor de wind. Ik gebruikte weliswaar steeds vaker, maar werd ook niet door iemand gehinderd. Ik scoorde makkelijk mijn geld bij elkaar. Tot het moment dat ik ging merken dat ik behoorlijke onthoudingsverschijnselen begon te krijgen. Vanaf dat moment besefte ik dat de heroïne me in haar greep had gekregen.  Het ongedwongen kunnen gebruiken was voorbij. Ik was geestelijk en lichamelijk afhankelijk van de heroïne geworden.

Jos Oude Bos


dinsdag 12 februari 2013

Wisselende kwaliteit heroïne in Nederland


Gun mij mijn shot,

ik ben er aan verslaafd

Al ga ik eraan kapot

Als het door mijn aderen draaft

Ik vind het toch zo lekker

het geeft me toch zo’n kick

Maar net als met een stekker

dan krijg je soms een flik

Dan gaat je lichtje uit

soms gaat het ook weer aan

Maak je alleen een stuit

en anders is het met je gedaan

Na enige jaren heroïne te hebben gerookt merkte ik dat ik steeds zieker werd als ik niets rookte. Als ik scoorde en begon te roken verloor ik veel van het kostbare spul. Ik kwam erachter dat ik niet alles meer naar binnen kon inhaleren als ik ziek was. Ik was kortademig en liet alle rook vervliegen. Het was mei 1979 dat ik mijn eerste shotje nam. Ik weet het eigenlijk nog goed. De kermis was begonnen en het was lekker weer. Ik had net wat gescoord samen met een paar gasten deze keer. Een van die gasten spoot wel eens vaker. Ik vertelde hem van mijn probleem bij het roken. Hij herkende dat natuurlijk en zei dat hij daarom is gaan spuiten. Hij zou het me wel voor kunnen doen. We gingen naar binnen bij de studenten sociëteit Vindicat en schoten een wc op de begaande grond binnen.  Daar maakte hij de dope klaar op de lepel en zoog het even later op in de spuit. Hij drukte de naald op de spuit en liet mij zien hoe ik mij arm moest afbinden. Hij had twee spuiten klaargemaakt een voor hem en de ander voor mij. Er was geen weg terug. Ik stak voor het eerst dat jaar een spuit in mijn eigen arm. Ik zoog het bloed eruit, maakte de riem los en spoot alles in mijn aderen. WAUW, ik wist niet wat me overkwam. Ik voelde een warmte en dan de snelheid waarmee de flash binnenkwam. Dat was wel even wat anders dan wat ik tot nu toe uit een gevoel van de dope had gehaald. Dit was het helemaal. Ik kwam de wc uit en ging naar buiten. Misschien kwam het ook door de omstandigheden, de zon scheen de kermis maakte zijn lawaai en ik liep ineens op de toppen van mijn stonedheid. Ik voelde me heerlijk.

Maar naar leuke tijden komen natuurlijk ook minder leuke tijden. We werden op de korrel genomen door de politie, die ondertussen lucht had gekregen van een groep jongeren die de stad onveilig maakte. Diefstallen uit winkels pleegde, geweld tegen anderen gebruikte en dat was nog maar het begin. Bijna drie jaar heb ik als gebruiker mijn gang kunnen gaan zonder dat ik last van de politie heb gehad. Daarna werd ik  regelmatig opgepakt en zat dan een paar dagen op het bureau aan de Rademarkt. Het afkicken viel niet mee in die dagen. Je kreeg toen nog geen methadon op het bureau. Er was vaker nieuwe dope in de stad te krijgen. Nadat de chinezen zich min of meer terug hadden getrokken, kwam er ook heroïne uit Turkije en Iran. Het spul wat daar vandaar kwam was sterker. Als ik na een paar dagen weer vrij kwam was natuurlijk het eerste  wat ik deed scoren. Ik moest wat hebben, al was de grootste afkick naar vier dagen wel voorbij. Maar tussen je oren natuurlijk niet, dan was je net zo ziek als je het binnen voelde. Ondertussen was ik bedreven geraakt in het spuiten van mezelf. Het ritueel wat volgde was, spuit regelen, citroen, beetje water en lepeltje regelen en dan een plaats waar ik op mijn gemak even de spuit kon klaarmaken en mezelf injecteren. De citroen prikt altijd even, als je in het begin de spuit inbrengt.

Ik zat deze keer op de wc van V&D en vernam dat ik een lichte overdosis nam. Evert Prak die toen bij me was, zijn naam kan ik noemen, hij is reeds overleden, zag het gebeuren. Ik zei dat het wel mee viel maar hij maakte er een drama van en waarschuwde iemand. Ik had weliswaar een overdosis genomen, maar verkeerde naar mijn idee niet in levensgevaar. De symptomen waren niet dusdanig dat ik volledig onderuit ging.  Iets wat ik een paar maanden later wel deed.

Toen was ik gelukkig bij iemand thuis die mij op tijd op de wc heeft gevonden. Uiteindelijk ben ik met een ambulance naar het AZG gebracht en met zoutwateroplossing weer op de been geholpen. Het was mijn eerste overdosis ten gevolge van wisselende samenstelling van de heroïne. Een bijkomend nadeel was dat mijn moeder er achter kwam dat ik een overdosis had genomen. Mijn moeder luisterde in die tijd altijd naar een politieradio en had mijn naam horen vallen. Ik had haar al jaren voor de gek weten te houden over mijn gebruik, dat was nu voorbij.

Van Evert heb ik later nog eens spuitersgeelzucht opgelopen. Soms zeker in de begin jaren van mijn gebruik, gebruikte je nog wel eens de naald van en ander. We wisten weinig van geelzucht en zeker nog niets van hepatitis C en HIV in die tijd.

zaterdag 19 januari 2013

Randgroepjongere in Groningen


Bijdehand waren we op vroege leeftijd

niets was ons te dol

We konden gewoon ons ei niet kwijt

we leefden toch maar voor de lol

Los van God, alles en iedereen

zochten we ons toevlucht in de dope

We leefden ons leven vaak alleen

weinig zaken gaf ons nog hoop

Niemand die ons kon bekeren

voor ons was het al te laat

Wij leefden toen in andere sferen

het waren de donkere sferen van de straat

 
Eind jaren negentig toen ik terug keek op mijn toenmalige leven schreef ik het bovenstaand gedicht. Het ging over jongeren die opgroeiden aan de zelfkant van de maatschappij.
We zochten elkaar op in jeugdsoosen en bar dancings in de stad Groningen. Samen stortten we ons in het gebruik van heroïne, dat was het begin van een nieuw tijdperk in Groningen.  

We werden bestempeld als randgroepjongeren. We waren jongeren die aan de zelfkant van de maatschappij leefden. Randgroepjongeren kwamen vaak uit achterstandswijken/ probleemgezinnen. Ze kwamen uit minderheidsculturen, zoals de Molukkers en Surinamers in die tijd uit Groningen. Ondanks de (sub)cultuurverschillen bleken we toch een overeenkomst te hebben. Wat ons met elkaar verbond of in elkaar aantrok? We stonden aan de zelfkant van de samenleving. We hadden aanpassingsproblemen, waardoor we moeilijk aansluiting vonden met anderen. We waren onstabiel, konden niet meekomen op school, werden gezien als brutaal en onhandelbaar, kortom we waren de schoffies van de straat, die zich destijds niet konden handhaven in Groningen.
We zochten elkaar op in een jeugdsoos achter de A-kerk. Tuin In genaamd, maar ook bar dancing de Blauwe Huzaar in de Hardingedwarsstraat was op zaterdagavond ons domein. We rookten hash en hadden bravoure.
Tot de heroïne zijn opmars begon te maken. Eén voor eén gingen we voor de bijl. We zogen elkaar als het ware mee in het gebruik. Je hoorde er anders niet meer bij. Maar het verzachtte ook de pijn. Ik heb het hier over de middenjaren zeventig van de vorige eeuw. Ik behoorde ook tot deze jongeren.