 |
| Bron: NvnN |
Het begon
met een wervingsadvertentie in het Nieuwsblad van het Noorden, in mei 1990. De
GGD zocht een trainer/contactpersoon Aids en Drugs V/M voor 32 uur per week.
Het verdiende lang niet slecht voor die tijd. Maar je moest ook veel kunnen,
hoewel er geen opleidingsniveau genoemd werd in de advertentie. Wat je nu nooit
meer zult zien staan in een advertentie is de zin: 'een begeleidingscommissie
van de aangesloten instellingen zullen u met raad en daad bijstaan in uw werk'.
Kom daar nog maar eens om in 2013.
Afijn,
deze advertentie leidde tot de jarenlange traditie van de zogenaamde
Aidstrainingen voor werkers in de verslavingszorg. Ook ik ben er vaak geweest.
Karin Droog was degene die de functie als trainer/contactpersoon kreeg en die
met een enorme bevlogenheid de trainingen gaf.
Het kon
niet op met de Aidstrainingen. Je had natuurlijk de basistrainingen, maar ook
allerlei vervolgtrainingen zoals Het Voeren Van Langere gesprekken. Geld
speelde geen rol, de trainingen werden zwaar gesubsidieerd vanwege het
voorlichtende karakter. En productie hoefde je toen nog niet te leveren als
hulpverlener. Iedereen die in de verslavingszorg werkte moest regelmatig op
training, hoewel uit bijgaand deelnemersoverzicht toch blijkt dat de gevestigde
organisaties, de Consultatiebureau's voor Alcohol en Drugs (CAD) niet bepaald
enthousiast deelnamen in 1992. Dat is later wel goed gekomen overigens. Meestal
vonden de tweedaagse trainingen plaats op het terrein van Hoog Hullen, in Villa
Vosbergen.
Arme
Karin. Ze gooide haar hart en ziel in haar baan en vaak was het paarlen voor
een stel ondankbare zwijnen.
HIV en
Aids in die jaren ging over verslaafden, bloed-bloedcontact, onveilige seks,
jongensprostitutie, homo's. De trainingen gingen over die onderwerpen, over
taboes, en hoe je moest praten met cliënten over seks, HIV, Aids. In
feite waren het beladen onderwerpen. In die jaren ging je nog 100% zeker dood
aan Aids. Misschien dat we daarom ook zo vaak het programma van een training in
het belachelijke trokken.
Welke
training je ook volgde, vaste prik was, iedere keer weer, het zeggen van vieze
woorden in het kader van het doorbreken van taboes. Het was goed bedoeld maar
dit programma onderdeel werkte, hoe vaker je het gedaan had, steeds meer op de
lachspieren. Stel je voor, een villa in de Drentse bossen, de ramen staan open,
het is mooi weer, en als je dan even naar binnen gluurt zie je pakweg 12
volwassen mensen in een kring zitten die om de beurt roepen: Kut! Lul! Poes!
Pik! Doos! Paal! Flamoes! Tieten!
Probeer
daar maar een serieus gezicht bij te trekken. En hoe meer woorden er voorbij
kwamen, hoe harder we de slappe lach kregen. Iedere training weer.
Naast het
moeten tekenen van een boom, ik weet niet meer met welk doel dat was, maar wel hoe mijn
2 mannelijke collega's die in de gevangenis in Veenhuizen werkten slap van het lachen, treurwilgen zaten te wasco-en; staat de 'oefening praten
over seksualiteit', ofwel de vieze woorden, mij nog zeer goed bij.
Ik heb na
een training of 7, een keer de vieze woorden overgeslagen, ik moest eerder weg. Of
ik wilde eerder weg eigenlijk. Mind you, het programma liep door tot 20.00. Pas
na de vieze woorden konden we aan het diner. Of naar huis. Maar goed, ik kreeg
mooi geen certificaat die keer.
In die
jaren rustte er een groot taboe op HIV en Aids, zeker in de gevangenissen, waar ik
toen zelf ook werkte. Ik heb gezien, dat bij een gedetineerde die mogelijk HIV
besmet was, bij het brood uitdelen hij als enige een plastic tasje aan zijn
deur gehangen kreeg met daarin de broodjes en het beleg. Hoe het met de koffie
ging kan ik me niet meer herinneren maar duidelijk was dat niemand die man aan
ging raken.
Behalve
zij, die beter wisten. Die wisten van bloed-bloedcontact, onveilige seks en
drugs spuiten met de spuit van een ander. Ik was één van de mensen die beter
wisten.
Dankzij
die trainingen.
Oh Karin! Wat hebben we veel gelachen op jouw trainingen. En zo leuk was dat niet altijd
bedoeld, we zaten je programma vaak te saboteren. In feite. Wat moet je soms
een hekel aan ons gehad hebben. En terecht. Maar je had een missie waarin je
geloofde, en die was belangrijker.
Oh Karin! Ik hoop dat de beloofde begeleidingscommissie je inderdaad met raad en daad
terzijde heeft gestaan.
De
Aidstrainingen zijn een zachte dood gestorven, ik denk eind negentiger jaren ongeveer. Aids kwam uit de taboesfeer, iedereen bleek
het te kunnen krijgen en soms zelfs per ongeluk, door een fout met bijvoorbeeld
een bloedtransfusie. Bovenal; Aids was niet langer dodelijk. En: in de zorg
ontstond het besef, dat scholing geld kost, en tijd.
Karin is
iets heel anders gaan doen. Als ik haar kan vinden, zal ik haar met zwaar
terugwerkende kracht zeggen, dat haar trainingen uiteindelijk een fenomeen
geweest zijn, wat we toen niet herkenden.
En zal ik
haar, for old times sake, misschien een paar vieze woorden toefluisteren...
(met dank aan Robert Nijboer voor zijn uitgeleende archief)