Verhalen en actuele kwesties over verslaving en aanverwante artikelen in het Hoge Noorden van Nederland
vrijdag 9 augustus 2013
Lekkere bruin
Lekkere bruin
Ik leerde je kennen, ik was nog maar klein
we speelden vaak samen het leven was fijn
Nog zonder problemen groeiden we toen
ik wist nog van niets ik was nog te groen
De wereld was mooi en niets kon stuk
ik had toen nooit pech maar vaker geluk
We deelden ervaringen die weinigen kenden
het waren de tijden dat je mij nog verwende
Toen kwam de dag dat je mij liet weten
dat ik het zonder jou wel kon vergeten
Al die tijd had ik mezelf bedrogen
en nu stond ik daar met betraande ogen
Dom was het geweest om aan jou te beginnen
terwijl ik wist dat jij het toch zou kunnen winnen
Maar ik was eigenwijs moest je zonodig proberen
toen begon je mijn lichaam en geest af te teren
Vol van genot was je eens in mij gekropen
om mij binnen een paar jaar helemaal te slopen
Al snel was mijn leven zonder muziek
en werd ik steeds vaker dagelijks ziek
Ik leerde je kennen als lekkere bruin
maar door jou lag mijn leven al gauw in puin
Spelenderwijs was mijn leven aan de heroïne begonnen. Het was voor mij een logisch vervolg op mijn softdrugs gebruik. Ik zag geen gevaren en wilde niet aanvaarden dat ik er verslaafd aan kon raken. De eerste jaren gingen me ook voor de wind. Ik gebruikte weliswaar steeds vaker, maar werd ook niet door iemand gehinderd. Ik scoorde makkelijk mijn geld bij elkaar. Tot het moment dat ik ging merken dat ik behoorlijke onthoudingsverschijnselen begon te krijgen. Vanaf dat moment besefte ik dat de heroïne me in haar greep had gekregen. Het ongedwongen kunnen gebruiken was voorbij. Ik was geestelijk en lichamelijk afhankelijk van de heroïne geworden.
Jos Oude Bos
zondag 4 augustus 2013
Heroinehoertjes en een SRV wagen
Wat doet een SRV wagen in de vredesnaam op Noorderzucht? Het antwoord ligt niet echt voor de hand, maar dit is het: in 1988 was Stichting de Gelaarsde Kat een mobiele huiskamer begonnen voor de 'heroinehoertjes' die rondtippelden in Groningen. Dat deden ze voornamelijk in het A-kwartier en op de Preadiniussingel.
Al op 15 april 1987 kondigde maatschappelijk werkster Iemkje Israels in Huize Maas te Groningen aan, dat zij met een nieuwe stichting, De Gelaarsde Kat (in oprichting), voor de, veelal verslaafde, straatprostituees in Groningen een huiskamerproject wilde opzetten.
Helaas werden de plannen niet bepaald enthousiast ontvangen en was de Gemeente Groningen niet bereid om ruimte ter beschikking te stellen voor een huiskamer of een opvangmogelijkheid.
De Gelaarsde Kat was, in alle jaren van haar bestaan, niet voor één gat te vangen. Dus er werd een mobiele huiskamer bedacht, en aangeschaft, in de vorm van een verbouwde SRV wagen. Een SeRVice voor de straatprostituees. De wagen stond in de avonduren geparkeerd op de plekken waar getippeld werd. De vrouwen konden een kop koffie in de wagen drinken, kregen 3 gratis condooms en konden er meer kopen tegen een lage prijs. Indien gewenst werd er voorlichting of hulp geboden.
Naar ik meen, heeft de mobiele huiskamer een maand of 2 dienst kunnen doen.
Want een jaar en een dag na het optreden van Iemkje in Huize Maas, in de nacht van 16 april 1988, was dit hoe het afliep met de wagen.
Op de koop toe werd Iemkje in de dagen na de brand ook nog eens telefonisch bedreigd door mensen die zich aankondigden als bewoners van het A-kwartier.
De dader van de brandstichting is nooit gevonden. En ja, het zouden boze bewoners geweest kunnen zijn, maar net zo goed de boze vriendjes van tippelaarsters, die er ook al niet op zaten te wachten dat hun vriendinnen binnen koffie zaten te drinken in plaats van geld te verdienen.
Nog best heftig, die tachtiger jaren. Maar de aanhouder wint.
Drie jaar later, in 1991, is er toch een huiskamer gekomen voor de straatprostituees, op de Aweg.
De Gelaarsde Kat, met Iemkje als voorvrouw, heeft zich niet laten intimideren en kwam op voor de 'heroinehoertjes' zoals de pers helaas tot op de dag van vandaag nog vaak schrijft over verslaafde prostituees. Met de vrijwilligers van de Gelaarsde Kat en later van het Straatprostitutie Project (SPP) stond Iemkje aan de wieg van de huidige tippelzone op de Bornholmstraat.
Daarvoor verdient ze veel lof. Want van een leien dakje ging het dus bepaald niet in Groningen.
Al op 15 april 1987 kondigde maatschappelijk werkster Iemkje Israels in Huize Maas te Groningen aan, dat zij met een nieuwe stichting, De Gelaarsde Kat (in oprichting), voor de, veelal verslaafde, straatprostituees in Groningen een huiskamerproject wilde opzetten.
Helaas werden de plannen niet bepaald enthousiast ontvangen en was de Gemeente Groningen niet bereid om ruimte ter beschikking te stellen voor een huiskamer of een opvangmogelijkheid.
De Gelaarsde Kat was, in alle jaren van haar bestaan, niet voor één gat te vangen. Dus er werd een mobiele huiskamer bedacht, en aangeschaft, in de vorm van een verbouwde SRV wagen. Een SeRVice voor de straatprostituees. De wagen stond in de avonduren geparkeerd op de plekken waar getippeld werd. De vrouwen konden een kop koffie in de wagen drinken, kregen 3 gratis condooms en konden er meer kopen tegen een lage prijs. Indien gewenst werd er voorlichting of hulp geboden.
Naar ik meen, heeft de mobiele huiskamer een maand of 2 dienst kunnen doen.
Want een jaar en een dag na het optreden van Iemkje in Huize Maas, in de nacht van 16 april 1988, was dit hoe het afliep met de wagen.
![]() |
| Bron: de Krant van Toen/Nieuwsblad van het Noorden |
Op de koop toe werd Iemkje in de dagen na de brand ook nog eens telefonisch bedreigd door mensen die zich aankondigden als bewoners van het A-kwartier.
De dader van de brandstichting is nooit gevonden. En ja, het zouden boze bewoners geweest kunnen zijn, maar net zo goed de boze vriendjes van tippelaarsters, die er ook al niet op zaten te wachten dat hun vriendinnen binnen koffie zaten te drinken in plaats van geld te verdienen.
Nog best heftig, die tachtiger jaren. Maar de aanhouder wint.
Drie jaar later, in 1991, is er toch een huiskamer gekomen voor de straatprostituees, op de Aweg.
De Gelaarsde Kat, met Iemkje als voorvrouw, heeft zich niet laten intimideren en kwam op voor de 'heroinehoertjes' zoals de pers helaas tot op de dag van vandaag nog vaak schrijft over verslaafde prostituees. Met de vrijwilligers van de Gelaarsde Kat en later van het Straatprostitutie Project (SPP) stond Iemkje aan de wieg van de huidige tippelzone op de Bornholmstraat.
Daarvoor verdient ze veel lof. Want van een leien dakje ging het dus bepaald niet in Groningen.
dinsdag 23 juli 2013
De Molukse verslavingszorg (1)
Anis en
Antis: twee
Je groep,
dat was méér dan familie, zegt Anis.
Antis en
Anis verdiepten zich in hun geschiedenis. Hun ouders en veel van hun vrienden
koesterden en verdedigden het ideaal van de vrije Mo lukse staat, de RMS. Maar er
ontstond ook een andere stroming: die van de overtuiging dat het tijd was voor
een heroriëntatie op de geschiedenis van de kolonialisatie en dekolonisatie. De
ideeën van Paulo Freire en Frantz Fanon sterkten het idee van deze progressieve
Mo lukse jongeren dat het tijd was
voor emancipatie en bewustwording en dat de RMS niets anders was dan een vorm
van neokolonialisme. Echte dekolonisatie is je eigen toekomst bepalen. Niet
door af te wachten wanneer de Nederlandse regering eindelijk haar morele schuld
aan het Mo lukse volk aflost. En al helemaal
niet door dat met geweld af te dwingen. Ze gingen geloven in een ander soort
ideaal dan dat van hun ouders. Ze gingen erover praten, wilden andere jongeren
inspireren met hun ideeën. En zo ontstond het MSK: het Mo luks Scholings Kollektief.
Kollektief met een K, want het waren de jaren zeventig.
Politiek
bewustzijn is niet een vanzelfsprekend gegeven voor jongeren, zeg ik. Wel als
je als jongere opgroeit in de Mo lukse gemeenschap, zegt Anis. Je geschiedenis, je
toekomst, je familie, je buurt: alles is doordrenkt van politiek.
In de roerige
jaren zeventig was het drugsgebruik bij veel Mo lukse jongeren volstrekt uit de
hand gelopen. Na de softdrugs kwam de heroïne. Er was een moment dat in bijna
ieder Mo luks gezin in Assen en omstreken
wel iemand aan de heroïne verslaafd was. Er moest iets gebeuren, dat was
duidelijk. Vertrouwen in de bestaande hulpverlening hadden ze niet, bij het
MSK. Het MSK bleek niet alleen een clubje van praters en denkers: de leden ondernamen
zelf actie.
Bevrijding
begint bij jezelf en in je eigen wijk, daarvan waren wij overtuigd geraakt,
zeggen Antis en Anis. Je eigen toekomst bepalen, dat gaat niet als je verslaafd
bent.
In de
Talmastraat, aan de rand van de Mo lukse wijk, werd een pand gekraakt. De leden van het
MSK verzamelden voedsel, geld en andere benodigdheden in de wijk, maakten samen
een rooster voor 24-uursbezetting en zetten sloten op de ramen en deuren van
het kraakpand. De verslaafden die er het ergst aan toe waren, werden er
opgevangen om cold turkey af te kicken. Soms ontsnapte er iemand, maar die werd
snel opgespoord. Met drie of vier sterke mannen gingen ze hem ophalen in
Groningen en in de auto was hij snel terug naar Assen gebracht. De eerste Mo lukse verslavingskliniek was een
feit.
Zo begon
de Mo lukse verslavingszorg: mensen die constateerden
dat er iets moest worden gedaan en het deden. Vanuit overtuiging, volstrekt amateuristisch
en zonder overheidsbemoeienis.
woensdag 6 maart 2013
De Droge Kroeg
In 1941 vierde De Droge Kroeg in Groningen haar 25 jarig
bestaan. Via Internet heb ik bij het Groninger archief een bladzijde gevonden
uit een langer document dat ons informeert over deze bijzondere mijlpaal.
Over wat de De Droge Kroeg was bericht ik hier, maar ook
over de vele vragen die ik nog heb en waarvan ik hoop dat lezers van dit blog met
antwoorden kunnen komen.
De Droge Kroeg is in 1915 opgericht als opvolger van een
eerder initiatief van Jonkvrouwe de Ranitz.
“In een kleine portaalkamer van de tóén nog achterbuurtachtige nauwe Kostersgang heeft mevrouw Jongvr. De Ranitz het prachtige initiatief genomen, om een Zondagsschool en bijeenkomsten te stichten voor de bewoners der achterbuurten”.De medewerkers die genoemd worden zijn alle van adel. Zo lokten de dames van der Hoop- van Slochteren op zaterdagmiddagen de jeugd van straat met mandoline-spel en gezang. Wat een tijden waren dat toen, probeer nu nog maar eens op deze wijze de jeugd ergens naar binnen te lokken.
De werkzaamheden waren onder gebracht in de stichting “Het Chr. Geheel-Onthouders Gebouw”.
De Droge Kroeg heeft ook een hulpverlenende functie. In 25 jaar tijd hebben daarvan 2279 “patiënten” gebruik gemaakt, waarbij de bemoeienis bij meer dan de helft heeft geleid tot “grondige of algeheele genezing”.
Bijna 40% was in contact gekomen met De Droge Kroeg na een overtreding van het Wetboek van Strafrecht. Over de behandeling wordt het volgende vermeld:
“De therapie van “De Droge Kroeg” is: de drinkers ervan te overtuigen dat gezelligheid zonder alcohol bestáát en dat vermaak zonder alcohol mooier en rijker maakt”.
Ik zal dus op een andere manier op zoek moeten naar de vele vragen die ik nog heb. Bijna op dezelfde plek in Groningen heeft het Leger des Heils nu een voorziening voor thuis- en daklozen. Was het Leger des Heils toen ook al eigenaar van De Droge Kroeg en heeft zij nu een nieuw pand op de plek van De Droge Kroeg?
Wanneer en waarom is De Droge Kroeg opgehouden te bestaan? Hoe ging het met dit initiatief tijdens de Duitse bezetting?
In de jaren 20 ontstond het consultatiebureau voor alcoholisten in Groningen. Wat was de relatie van dit bureau met De Droge Kroeg?
Dit zijn misschien vragen waarop in het Groninger Archief het antwoord ligt. Mogelijk kunnen ook lezers van dit artikel me helpen met het vinden van antwoorden.
Aardig is dat in De Droge Kroeg de sfeer van een café wordt na gebootst. In Groningen is al enkele jaren een zelfhulpgroep onder de naam InTact actief.
Hier nemen vooral jongere mensen met een verslavingsgeschiedenis aan deel. Uitgaan is voor veel van de deelnemers een belangrijk thema; maar de confrontatie met alcohol maakt het voor hen lastig om uit te gaan. Er is daarop het concept bedacht van een bruin café waarin geen alcohol geschonken wordt. Waar iedereen gezellig naar toe kan met of zonder een verslavingsgeschiedenis. Eigenlijk een beetje De Droge Kroeg.
Die naam heb ik hen ook eens voorgesteld. De naam kroeg viel niet in goede aarde. Was dat vroeger dan zo anders?
maandag 4 maart 2013
Aidspreventie in de jaren tachtig
![]() |
| Bron; Rotterdamse Junky Bond (R.J.B.) |
Wat wist de gemiddelde Nederlander van Aids? En wat wist de gemiddelde drugsgebruiker ervan? Eigenlijk niets en dat is heel lang zo gebleven.
Toch werden er al vrij snel pogingen ondernomen, om gebruikers voor te lichten. Dat deed men toen meestal door flyers en folders te verspreiden via werkers en op locaties waar verslaafden kwamen, zoals het Straathoekwerk.
In de media ging het in die jaren nog niet over Aids. Er lag een te groot taboe op, men dacht toen dat buiten homoseksuele mannen en later drugs spuitende verslaafden, toch niemand het kon krijgen, dus het was ook minder belangrijk om er veel aandacht aan te besteden.
Het was de ver van ons bed show.
Pas eind tachtiger jaren ging de overheid zich bemoeien met de voorlichting. De folders werden toen gelikter, er waren speciale trainingen voor werkers in de verslavingszorg over hoe om te gaan met cliënten met Aids, en er werd op bijvoorbeeld het Straathoekwerk Leeuwarden, waar ik in die jaren werkte, een spuitomruil opgezet.
Tot die tijd moesten de gebruikers het doen met eigengemaakte folders. Deze folders werden meestal uitgebracht door belangenverenigingen, in dit geval de Rotterdamse Junkybond. De folder die boven deze blog staat is later door de Federatie Nederlandse Junky Bonden (i.o) overgenomen, dat staat eerlijk op de achterkant.
Waarschijnlijk uit begin tachtiger jaren; het lijkt een primitief en gestencild foldertje.
Het heeft als titel A.I.D.S. Preventie Project en op de voorkant staat een vuist. Dat kan duiden op het maken van een vuist tegen de ziekte Aids, maar het kan net zo goed duiden op fist fucking, waar ook vaak bloed aan te pas kon komen.
Het bijzondere van dit soort folders was, dat ze voor die tijd, begin tachtiger jaren, enorm openhartig waren in hun taalgebruik en het benoemen van zaken als spuiten, seks, en bloed-bloed contact. Dat was toen allemaal veel te expliciet, daar had men het niet over, of hooguit in bedekte bewoordingen en als het echt niet anders kon.
Maar dit?! (en ja, de tekst is integraal overgenomen met alle HOOFDLETTERS EN k's ten spijt waar we nu allang weer een c schrijven)
"Bloedkontakt kan ontstaan bij het onzorgvuldig inspuiten van heroïne, insuline, of andere middelen. Kontakt van sperma met bloed kan ontstaan door pijpen en kontneuken zonder condoom. (...) HOE ZORG JE DAT JE NIET BESMET RAAKT?"
"Steek je spuit alleen in je eigen glas water, je eigen citroenzuur, en je eigen lijf."
"De meeste spuiters bewaren hun watten, om uit de verzamelde wattenpropjes opnieuw een shot te kunnen halen. DOE HET NIET. (...) Gebruik schone watten of alcoholdoekjes, en bewaar ze na gebruik niet. SPAAR GEEN OUDE WATTEN. BROUW GEEN SHOT VOL ZIEKTES".
"SPUIT SCHOON EN VEILIG. DE JUNKIEBONDEN ZETTEN ZICH IN, VOOR EEN DRUGSBELEID WAT SCHOON SPUITEN MOGELIJK MAAKT."
"Spuiters zijn geen smeerlappen. Maar helaas krijg je vaak niet de kans om schoon te spuiten. Lang niet iedereen kan in alle rust thuis gebruiken. Lang niet iedere dealer geeft je de gelegenheid om rustig en clean te spuiten. En als je het risiko loopt,dat politie je poeier in beslag neemt, neem je je shot zo snel mogelijk. Ook als je geen gelegenheid hebt om schoon te spuiten. HET VERVOLGINGSBELEID WERKT BESMETTINGSGEVAAR IN DE HAND."Met wat we nu weten, en wat we nu hebben aan medicijnen, waardoor AIDS of HIV niet meer dodelijk hoeven te zijn, lijkt dit een redelijk naïeve tekst en lijkt het politieke statement bijna misplaatst. Maar in die jaren was er niets anders aan teksten en informatie, en waren de junkybonden eigenlijk erg vooruitstrevend door deze informatie uit te delen en bijvoorbeeld te benoemen, dat het opjagen van verslaafde daklozen, de zaak in elk geval niet beter maakte.
Het zorgde ervoor, dat verslaafden de informatie kregen die ze nodig hadden om zich bewust te worden van het gevaar. Het zorgde er ook voor, dat zij als een redelijke groep mensen neergezet werden, die ook maatregelen kon nemen tegen de besmetting. En het zorgde ervoor, dat eind jaren tachtig in steeds meer plaatsen spuitomruilpunten kwamen waar ook gebruikersattributen zoals watjes, alcoholdoekjes en flacons steriel water, gehaald of gekocht konden worden, teneinde het besmettingsgevaar zo klein mogelijk te maken.
Het waren de toenmalige junkybonden die de aanzet tot actieve voorlichting aan de groep spuitende druggebruikers gaven.
Dat zijn we misschien een beetje vergeten nu HIV en AIDS onderwerpen zijn waar iedereen wel iets van af weet en waarover onze Doutzen Kroes op tv expliciet meldt dat ze boos is omdat AIDS nog steeds in de taboesfeer zit.
Dat laatste is misschien wel waar.
Maar niet meer te vergelijken met het taboe van de tachtiger jaren, waarin het erg lastig bleek de groep verslaafden zo aan te spreken, dat ze de boodschap ontvingen.
De junkybonden waren misschien wel de boze helden van het eerste uur.
Abonneren op:
Posts (Atom)




